Ruim 90.000 jongens en meisjes in ons land zijn lid van Scouting. Samen met zo'n 30.000 kaderleden vormen zij de grootste jeugd- en jongerenvereniging van Nederland. Er zijn in Nederland 1.300 lokale Scoutinggroepen. Wereldwijd zijn er 32 miljoen Scouts in meer dan 160 landen.

Een afwisselende en plezierige vrijetijdsbesteding, dat is wat Scouting te bieden heeft.
Maar Scouting is meer: naarmate je als jeugdlid ouder wordt en je langer bij Scouting bent, neemt je zelfstandigheid toe; de begeleiding kan daardoor dus afnemen.
Iedereen kan meedoen met Scouting. Geloof, ras, huidskleur, handicap, vluchteling of seksuele voorkeur, het maakt niet uit, Scouting staat open voor iedereen.

Sommige mensen denken dat scouting iets soldaat-achtigs is omdat het uniform en de duidelijke regels ze daaraan doet denken. Dat is jammer. 
Scouting is in de eerste plaats plezier maken en spelend leren.
Het gaat er bij Scouting om dat je sámen optrekt, dat je iets voor elkaar over hebt, dat je ook anderen helpt en dat je daarbij een aantal afspraken respecteert. 
Je leert spelenderwijs verantwoordelijkheid dragen en leiding erkennen.

Het uniform was vroeger bedoeld om verschil tussen arme- en rijke mensen weg te nemen. Binnen Scouting is iedereen gelijk. Nu is het meer een speelpak. Door het uniform is gelijk duidelijk bij welke groep, speltak of onderdeel daarvan je hoort.
De regels zoals het vlaghijsen, de wet en de belofte waarmee we de opkomsten openen dienen ertoe je eraan te herinneren dat we bij je installatie afspraken maakten over je optreden en je gedrag als scout.
Als je al vindt dat scouting iets militairs heeft, laat het dan de hulpvaardige kant zijn. Daar is niks mis mee, toch?

Ontstaan 
Scouting (wereldwijd) begon in 1907 door toedoen van Sir Robert Baden-Powell (ook wel "B-P" genaamd). Tijdens het schrijven van het boek 'Scouting for boys' (Verkennen voor jongens) neemt Baden Powell de proef op de som en houdt met 21 jongens een kamp op Brownsea Island aan de Engelse Zuidkust. Het boek wordt een overrompelend succes en de scoutingbeweging is geboren. De koning van Engeland vraagt hem tevens om al zijn aandacht aan de scoutingbeweging te schenken.

Scouting in Nederland begon in 1910. In dat jaar werden de eerste Verkenners-troepen gevormd in een paar steden. De eerste landelijke organisatie werd ook in 1910 opgericht: de Nederlandse Padvinders Organisatie. De NPO ging in 1915 samen met de Nederlandse Padvinders Bond en heette van toen af De Nederlandse Padvinders (NPV). De NPO en NPV waren voor jongens van alle godsdiensten, maar desondanks richtten de Rooms-katholieken hun eigen organisatie op in 1938, de Katholieke Verkenners, hoewel de twee organisaties op veel gebieden samenwerkten. Scouting voor meisjes begon in 1916 met de oprichting van het Nederlands Meisjes Gilde, later omgedoopt tot Nederlands Padvindsters Gilde (NPG). Deze werd later gevolgd door een aparte Katholieke organisatie, de Nederlandse Gidsen Beweging.

Scouting Nederland is in 1973 ontstaan door de samenvoeging van twee jongens- en twee meisjesorganisaties. Deze samenvoeging kwam voort uit de wens naar betere samenwerking en om de terugloop van leden een halt toe te roepen. Het ledental is vanaf 1985 enorm gestegen.
Scouting Nederland is zowel lid van de World Association of Girl Guides and Girl Scouts (WAGGGS) als van de World Organization of the Scout Movement (WOSM).

Scouting Nederland is een gemengde vereniging. Toch is niet iedere groep gemengd. Scouting kent zowel gemengde groepen als groepen met alleen jongens of alleen meisjes.

Scouting Nederland stelt zich ten doel : het bevorderen van het Scoutingprogramma in Nederland, op grondslag van de ideeën van Lord Baden-Powell, om daarmee een plezierige beleving van de vrije tijd te bieden aan meisjes en jongens, waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de vorming van hun persoonlijkheid. 
(uit : "Scouting Vademecum 1997/1998").

De bovengenoemde ideeën van Lord Baden-Powell omvatten:
• Ontplooiing en ontwikkeling van het individu
• Groeiende zelfstandigheid
• Wet en belofte
• Veelzijdige activiteiten
• Hulpbereidheid en hulpvaardigheid
• Buitenleven
• Internationale verbondenheid